Ga terug

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Boekomslag van Het lied van ooievaar en dromedaris

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Beschrijving

Deze roman heeft de lezer veel te bieden: het is een vol en rijk boek. In de elf hoofdstukken wordt telkens een compleet, afgerond verhaal verteld, dat in alle gevallen gerelateerd is aan het verhaal dat het uitgangspunt vormt: de mysteries rond het leven van de 19e-eeuwse schrijfster Eliza May Drayden.

Samenvatting

Het lied van ooievaar en dromedaris Eliza May Drayden, het hoofdpersonage van Het lied van ooievaar en dromedaris, is al dood als de roman in het jaar 1847 in het Yorkshire dorpje Bridge Fowling begint. Ieder volgend hoofdstuk schuift ten opzichte van het voorgaande een stukje op in de tijd, totdat het verhaal in het elfde hoofdstuk in onze huidige tijd is aangeland. De roman vertelt dan ook niet over Eliza May Draydens leven, maar over haar roerige leven na de dood. De lezer leert Eliza May kennen via de levens van anderen, en via biografie├źn en verhandelingen over haar, want zij was de schrijfster van een uitzonderlijke roman, die tijdens haar leven werd verguisd, maar die in de loop van 170 jaar door steeds meer lezers als een meesterwerk wordt gezien. Over haar leven is bitter weinig bekend, de omstandigheden waaronder ze stierf zijn een mysterie, en naast haar roman is de enige tekst die ze heeft nagelaten een aantekenboekje met daarin geheimzinnige tekeningen, gedichten en tabellen. Anjet Daanje liet zich voor haar roman inspireren door het leven en werk van de negentiende-eeuwse schrijfster Emily Bront├ź. Het lied van ooievaar en dromedaris borduurt voort op de ingenieuze verhaalstructuur van de roman Wuthering Heights. Waar Wuthering Heights twee vertellers heeft en het verhaal twee generaties en twee keer achttien jaar omspant, heeft Het lied van ooievaar en dromedaris elf vertellers die de lezer meenemen in een verhaal dat zich over drie eeuwen uitstrekt.

Secundaire literatuur

Klik hier voor secundaire literatuur.

2022
656
6